(0515) 56 98 21 info@vanderwalmotoren.nl

Toerisme: Westwall/Siegfriedlinie

Toerisme: Westwall/Siegfriedlinie

Op zoek naar de Westwall – Duitsland

Ongeveer 630 kilometer aan drakentanden, mijnenvelden, geulen,
bunkers, mitrailleursnesten en loopgraven vormden samen de Westwall – of
Siegfriedlinie – langs de Duitse grens met de Benelux en Frankrijk. Bijna
tachtig jaar later moet je goed zoeken om nog resten van deze ‘ondoordringbare’
linie terug te vinden.

Onze trip begint niet aan de Zwitserse grens bij Bazel,
maar een stuk verder naar het noorden, in Karlsruhe. Een tiental kilometers
buiten die stad draaide de Westwall af naar het westen, richting het Saarland
en de Eifel. We bevinden ons aan de Duitse kant van de Rijn, vlak buiten het
dorp Wintersdorf, bij een oude spoorbrug. Nu is het een weg die Duitsland met
Frankrijk verbindt. Een maand nadat Duitsland onverwacht Polen binnenviel,
bliezen Franse troepen de brug op om te voorkomen dat Duitsland zomaar Frans
grondgebied kon binnenrollen zoals ze in Polen hadden gedaan.

Frankrijk durfde op dat moment namelijk niet aan te
vallen, wat tactisch gezien – met de kennis van nu – misschien een fout was.
Want terwijl de blitzkrieg door Polen trok, wist Duitsland met een betrekkelijk
klein aantal manschappen de westelijke linie te verdedigen tegen een mogelijke
interventie van de Fransen. Dat was ingecalculeerd door de Duitse generaals, die
rekenden op de afschrikkende werking van de Westwall en zorgde ervoor dat er
veel meer troepen aan het Oostfront konden vechten. Een oorlog op twee fronten
vechten was iets wat de Duitsers namelijk absoluut niet wilden, nadat dit in de
Eerste Wereldoorlog al geen succes bleek.

De Siegfiedlinie, zoals de Westwall door de geallieerde
landen werd genoemd, werd als ondoordringbaar geacht zonder veel verliezen te lijden,
waardoor de Duitsers lange tijd vrijwel ongestoord hun gang konden gaan om
vervolgens – na een verdrag met Rusland – letterlijk aan de slag te gaan in
West-Europa. In die zin scharen sommigen de Westwall dan ook als een aanvalswerk
in plaats van een verdedigingswerk. Zonder deze linie waren de acties in
Oost-Europa waarschijnlijk niet zo vlot gelukt.

Onzichtbaar

Doordat de bunkers voor het overgrote deel ingegraven
zijn in het landschap, was de Siegfriedlinie vrijwel onzichtbaar. Zeker nu,
nadat de natuur flink wat jaren de tijd heeft gehad om de stellingen als het
ware terug te nemen. Het enige dat je in het landschap nog gemakkelijk kan
terugvinden zijn de zogenaamde drakentanden: kilometerslange rijen blokken van gewapend
beton, die de doorgang van tanks moesten beletten. Voorheen liepen die rijen op
de belangrijkste verdedigingspunten zover je kon kijken.

Nu is het anders. Op onze route vanaf Wintersdorf hebben
we moeite die blokken vanaf de motor in het landschap te spotten. Vrijwel
overal zijn ze verwijderd of bedolven onder een grote hoeveelheid aarde zodat
weilanden niet meer opgesplitst zijn. Pas in Steinfeld vinden we de eerste
strook, ietwat verstopt achter een rij huizen en geflankeerd door de lokale
volkstuintjes.

Na de lunch vervolgen we onze route – speurend naar
defensieve linies – en komen we aan in Pirmasens. Hier vinden we tot onze
blijdschap een van de weinige musea die gewijd zijn aan de Westwall. Helaas
blijven de grote stalen deuren van de oude bunker gesloten, omdat we – tegen
onze verwachting in – te laat in het seizoen zijn voor een kijkje erachter.

De wegen worden mooier en mooier als we het Saarland
verlaten en in de contreien van Trier aankomen. Niet ver van de Luxemburgse
grens passeren we de dorpsgrens van Irrel, waar we halt houden als we een
bordje zien dat naar het Westwall Museum verwijst. We volgen een kronkelend
weggetje de heuvel op om oog in oog te komen met het zogenaamde ‘Panzerwerk
Katzenkopf’, waarin het museum is gevestigd. Of ja, oog in oog staan met wat
ervan overgebleven is, nadat de bovenkant in 1947 vakkundig is opgeblazen door
Amerikaanse genisten.

De diepte in

Vanaf de heuvel is er een prachtig uitzicht over het
dorp en het dal. Een rustiek plaatje dat je op veel plekken in de Eifel kan
vinden. Toch geeft het een wat dubbel gevoel als je weet dat hier jaren geleden
in het geheim gewerkt werd aan een enorme bunker, die de hoofdweg van Keulen
naar Luxemburg-stad moest beschermen tegen vijandige pantservoertuigen. Katzenkopf
is een zogenaamde b-werk bunker. Alleen a-werken waren belangrijk. Denk daarbij
aan de Wolfsschanze in Oost-Pruisen en de Führerbunker in Berlijn. De bunker
bij Irrel heeft muren die op sommige plaatsen tot wel twee meter dik zijn.

Het is tevens vrijwel de enige Westwall-bunker die nog
te bezoeken is. Veel bunkers zijn zo vakkundig opgeblazen dat je er pas in zou
kunnen komen als je flink wat graafwerkzaamheden zou doen. In de jaren zeventig
is Katzenkopf door de lokale brandweer begaanbaar gemaakt door een nieuwe hoofdingang
te maken, die een stuk lager zit dan voorheen. Binnen valt gevonden munitie,
wapens, maar vooral de structuur en de ingenieuze bouwwijze te bezichtigen.
Beneden in de bunker zit bijvoorbeeld een put van 180 meter diep die voor
voldoende drinkwater moest zorgen voor de gelegerde militairen.

Bossen vol drakentanden

Na een welverdiende nacht slaap in Hotel Hauer in
Bollendorf rijden we verder langs de Luxemburgse grens naar het noorden. Net
voorbij Losheimergraben komen we parallel te rijden aan de Belgische grens. Vanaf
deze hoofdweg zien we ineens  drakentanden. Zo ver het oog reikt, kunnen we
de stroken spotten tussen de velden. Niet moeilijk, want tussen de betonnen
blokken kunnen bomen en struiken ongestoord groeien zonder interventie van
maaimachine of snoeischaar.

Bij Hollerath duiken we toevallig precies het juiste
bospaadje op om een strook van de betonnen blokken te kunnen volgen. Niet ver
van hier werd in de winter van 1944 het Ardennenoffensief uitgevochten, een van
de laatste grote Duitse aanvalsmanoeuvres in West-Europa. In het bos zien we
hoe een van de drakentanden is afgebroken en met fundering en al op de kop
terecht is gekomen. Overigens ontdekken we hier voor het eerst ook hoe
vernuftig de Duitse ingenieurs waren. Achter de acht rijen ‘tanden’ ligt namelijk
een diepe geul. Die ligt er om een tank in te vangen, mocht die het onverhoopt
gelukt zijn om over de blokken heen te komen. De kans is groot dat er nog een
paar mijnen in gelegd zijn om het af te maken. Reden genoeg voor ons om op onze
passen te letten. Nog ieder jaar worden er veel explosieven gevonden in de
gebieden waar de Westwall doorheen loopt.

We vervolgen daarom de route en passeren het fabelachtig
mooie Monschau. Dat plaatsje lijkt stil te zijn blijven staan in de tijd. Als
alle dorpjes er zo uitzagen in de jaren dertig is het goed te verklaren dat de
Duitsers zulke intensieve verdedigingswerken hebben aangelegd om het te
beschermen. Voorbij Monschau vinden we nog meer drakentanden. Hier en daar is
er een paar meter tussenuit gehaald om landbouwvoertuigen doorgang te bieden
tussen de aan weerszijden liggen velden.

Opruimen

Wanneer het Ardennenoffensief is afgeslagen, kunnen de
geallieerden hun focus weer op Duitsland richten. De eerste keer dat de
geallieerde troepen op Duits grondgebied staan, is tijdens operatie Veritable.
Deze operatie wordt door Britse troepen net over de grens bij Nijmegen uitgevoerd.
Hier zijn de verdedigingswerken van de Westwall namelijk relatief makkelijk te
omzeilen. De operatie is succesvol en zorgt dat de geallieerden de noordelijke
stroom troepen in een tangbeweging door het Rijnland kunnen sturen. De
zuidelijke tangbeweging moest via operatie Grenade komen, waarbij de Roerrivier
zou worden overgestoken. Dat lukte uiteindelijk op 23 februari. De genie van de
verschillende geallieerde landen kreeg de opdracht om de verdedigingswerken
onklaar te maken voor het geval men zich nog moest terugtrekken en de Duitsers
alsnog de bunkers konden gebruiken.

Dat gebeurde terwijl de troepen verder trokken en
begonnen aan operatie Plunder, waarbij de Rijn werd overgestoken om het
Rührgebied in te nemen. Toen dat lukte konden ze de gebroken Westwall definitief
achter zich laten. In de jaren daarna werden mijnenvelden geruimd, prikkeldraad
verwijderd, bunkers die in de weg stonden verder vernietigd en drakentanden
weggehakt waar het nodig was.

Resten zijn er nog genoeg, zoals wij ontdekten, al moet
je in veel gebieden erg goed zoeken. De tijd en moeite is het zeker waard, want
je komt op verbazingwekkend mooie plekken via verrassend vermakelijke wegen.

Westwall

Veel van de projecten die het Derde Rijk begon zijn zo
groot dat ze al snel alleen in cijfers te vatten zijn. Neem de Westwall. De
bouw van deze verdedigingslinie werd vlak na de remilitarisatie van Duitsland –
in 1936 – gepland en tussen 1938 en 1940 uitgevoerd. De linie loopt van Bazel
bij de Zwitserse grens tot het plaatsje Kleve, net over de grens bij Nijmegen.
In totaal is dat zo’n 630 kilometer aan defensieve werken die het gebied tussen
de Duitse grens en de Rijn moest afschermen. Ongeveer 15.000 gevechtsstellingen
waren er nodig, die gezamenlijk een geschatte 8 miljoen ton cement, 1,2 miljoen
ton staal, 20,5 miljoen ton kiezelzand en net geen 950.000 vaste kuub hout
zouden kosten.

3 x afstappen

1. Westwall
Museum Pirmasens

Aan de rand van het dorpje Pirmasens kun je in het
Westwall Museum zien hoe een bunker er van binnen uit ziet. Daarnaast is er
binnen en buiten veel materieel van Amerikaanse en Duits troepen te zien. Info:
www.westwall-museum.de.

2. Panzerwerk
Katzenkopf

In een heuvel bij het plaatsje Irrel zit het Panzerwerk
Katzenkopf, dat door vrijwilligers is omgevormd tot museum. Hier leer je erg
veel over de bunkerbouw van de Duitsers, maar misschien nog wel meer over hoe
het leven in de bunker voor de soldaten moet zijn geweest. Indrukwekkend zijn
de verschillende soorten munitie die diep onder de grond zijn uitgestald. Info:
https://www.westwallmuseum-irrel.de/nl/.

3. Monschau

Even niet met oorlogsvoering bezig zijn? Dat kan in
Monschau. Dit dorp op de grens van België en Duitsland lijkt in de tijd stil te
zijn blijven staan door de authentieke huisjes, die bijna idyllisch langs de
oevers van de Roer zijn gebouwd. Aan vrijwel niets is te merken dat er ooit een
allesvernietigende oorlog werd gevoerd in de omliggende bossen van dit
historische plaatsje.

Reisinformatie

Erheen

Van noord naar zuid of liever andersom? Dat is eigenlijk
de vraag die je je moet stellen. Vanaf Kleve, net over de grens van Nijmegen,
zou je helemaal naar Bazel kunnen rijden in het spoor van de linie. De meeste
resten vind je echter tussen Aachen en Saarbrücken.

Overnachten

Zou je de route helemaal volgen, dan kom je door mooie
motorgebieden en dus ook langs veel motorhotels. Van alles wat! Wij parkeerden
onze motoren in de garage van Hotel Hauer in Bollendorf. Goed eten, lekker
biertje en gastvrij personeel – met kennis van motorroutes in de buurt – dat
meedenkt. Ook in Karlsruhe hingen we onze helm op. In het Leonardo Hotel om
precies te zijn. Helaas moesten de motoren daar buiten de nacht spenderen.
Voordelig was het dat je op loopafstand van het prachtige stadscentrum bent.

Informatie

Interessante websites:

www.hotel-hauer.de

www.leonardo-hotels.nl/leonardo-hotel-karlsruhe

www.tracesofwar.com/themes/4739/Overview-fortifications-Westwall

Tekst: Tom van Appeldoorn
Fotografie: Jacco van de Kuilen

Het bericht Toerisme: Westwall/Siegfriedlinie verscheen eerst op Motor.NL.

%d bloggers liken dit: